Hoe moet je als huisarts een diabetespatiënt opvolgen?

Sinds 1 februari 2016 kan de huisarts een patiënt met diabetes type 2 opnemen in het zorgmodel ‘Opvolging van een patiënt met diabetes type 2 - voortraject’. De huisarts moet daarvoor een aantal gegevens, geregistreerd in het globaal medisch dossier (GMD) van de patiënt, overdragen via het Healthdata-platform. De gegevensoverdracht start in de loop van dit jaar, maar de exacte datum is nog niet gekend. Je moet wel al enkele parameters bijhouden in het GMD.

Gegevens opslaan in het GMD

Dat de datum van de overdracht nog niet bekend is, betekent niet dat de huisartsen geen gegevens moeten opslaan in het Globaal Medisch Dossier van de patiënt met diabetes. 
Alle gegevens uit het zorgprotocol moeten nu al in het GMD worden opgenomen. 

Het gaat om:

  • gegevens over de levensstijl (rookgedrag, voeding en lichaamsbeweging) 
  • klinische gegevens (BMI, bloeddruk) 
  • resultaten van een reeks onderzoeken (lipidenbalans, serumcreatinine, microalbuminurie).

Voorts moet de huisarts samen met de patiënt de doelstellingen vastleggen. 

Welke gegevens worden overgedragen?

In een eerste fase – dus nog in de loop van dit jaar – zal de huisarts slechts een beperkte set gegevens van het zorgprotocol moeten overdragen. Het gaat daarbij om de gegevens die de huisarts op gestructureerde wijze kan registreren in het elektronisch medisch dossier: startdatum van het voortraject, gewicht, lengte, systolische bloeddruk, diastolische bloeddruk, HbA1c, LDL cholesterol, HDL cholesterol, triglyceriden, eGFR en microalbuminerie.

En wat met de gegevens die nog niet moeten worden doorgestuurd?

Een werkgroep zal enkele voorstellen uitwerken om die gegevens uniform te standaardiseren voor alle EMD’s. Pas wanneer die standaardisatie is ingebouwd, moeten huisartsen die gegevens overdragen.

Dit artikel werd overgenomen en beperkt aangepast van Domus Medica.